Citaat | Raad van State 10 juli 2013

Alinea 48 Raad van State 10 juli 2013

Een alinea uit Raad van State 10 juli 2013, ECLI:NL:RVS:2013:196.

Artikel 39, eerste lid, van de huisvestingsverordening en het op de voet van die bepaling gevoerde beleid heeft tot doel dat de op 1 januari 2008 bestaande goedkope woonruimte niet aan de woonruimtevoorraad wordt onttrokken, om woningzoekenden met minder financiële draagkracht te beschermen. Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen (uitspraak van 8 december 2004 in zaak nr. 200402482/1 en voormelde uitspraak van 30 mei 2007) kan onttrekking in de zin van de Huisvestingswet slechts plaatsvinden, indien het desbetreffende gebouw op enig moment is bestemd voor permanente bewoning. Of dat het geval is moet worden beoordeeld aan de hand van objectieve maatstaven, waarbij het feitelijk gebruik niet doorslaggevend is. De feiten en omstandigheden van dit geval bieden geen grond voor het oordeel dat het pand op enig moment is bestemd voor permanente bewoning. Daarbij neemt de Afdeling in aanmerking dat het pand van 1970 tot 2004 door de Jellinekkliniek is gebruikt voor verslavingszorg en de bewoning die in de periode 1978 tot maart 1990 in die kliniek plaatsvond verband hield met de verstrekte verslavingszorg. Derhalve is het pand in de periode 1970 tot 2004 niet permanent bewoond geweest in de zin van de Huisvestingswet, zoals het dagelijks bestuur ter zitting ook heeft erkend. Voorts is niet in geschil dat het pand volgens het bestemmingsplan als bestemming "gemengde doeleinden" heeft. Onder deze omstandigheden kan van onttrekking in de zin van de Huisvestingswet slechts sprake zijn indien het pand op enig moment na beëindiging van het gebruik door de Jellinekkliniek is bestemd voor permanente bewoning. Het dagelijks bestuur heeft dit niet aannemelijk gemaakt. Het betoog dat reeds uit de verleende bouwvergunning voortvloeit dat de vier woonruimten zijn bestemd voor permanente bewoning, te meer nu ten tijde van de aanvraag van de bouwvergunning het beoogde gebruik voor short stay niet is gemeld, volgt de Afdeling niet. Ingevolge artikel 39, tweede lid, van de huisvestingsverordening moet immers ook in geval van short stay een woonruimte geschikt blijven voor permanente bewoning, waaruit volgt dat voor een verbouwing in verband met short stay geen andere eisen gelden dan voor een verbouwing voor permanente bewoning.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3cccfc152bcebd10aca3296481b758928b745debf2886c8f6834b93bf9b61d57. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3cccfc152bcebd10aca3296481b758928b745debf2886c8f6834b93bf9b61d57, en de alinea staat in dat document op bytes 18998 tot 21259.