Citaat | Raad van State 22 november 2013

Alinea 39 Raad van State 22 november 2013

Een alinea uit Raad van State 22 november 2013, ECLI:NL:RVS:2013:2099.

De rechtbank heeft niet onderkend dat voor zover uit deze stukken kan worden afgeleid dat ten tijde van het besluit van 8 december 2010 de dreiging van een acute medische noodsituatie aanwezig was, dit niet aan weigering van opvang in de weg staat, aangezien de vreemdeling ook bij het onthouden van opvang aanspraak heeft op verlening van medisch noodzakelijke zorg in de zin van artikel 10, tweede lid, van de Vw 2000. Volgens het BMA-advies bestond de zorg die de vreemdeling ten tijde van dat advies ontving uit contactgesprekken en medicatie. De omstandigheid dat de vreemdeling geen opvang heeft in een opvangvoorziening van het COa betekent niet dat die zorg niet mogelijk zal zijn. Weliswaar staat in voormelde rapporten en brief dat langdurige psychiatrische behandeling van de vreemdeling in een kliniek of beschermde woonvorm is geïndiceerd om de kans op recidive te verminderen, maar in zowel het BMA-advies als het rapport van de psycholoog staat dat opvang in een opvangvoorziening van het COa naar zijn aard niet geschikt is voor vorenbedoelde psychiatrische behandeling. Het COa heeft zich derhalve in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat de door de vreemdeling aangevoerde omstandigheden niet zodanig bijzonder zijn dat zij nopen tot feitelijke opvang.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a34792e2adc42100d906ced8f572c35675db728ee3740772d4c56d6f257c1738. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a34792e2adc42100d906ced8f572c35675db728ee3740772d4c56d6f257c1738, en de alinea staat in dat document op bytes 14697 tot 15992.