Citaat | Raad van State 4 december 2013

Alinea 37 Raad van State 4 december 2013

Een alinea uit Raad van State 4 december 2013, ECLI:NL:RVS:2013:2240.

Nu [appellante] blijkens de GBA op een ander adres dan dat van de recreatiewoning staat ingeschreven, is het aan het college om anderszins de voor het vermoeden, dat [appellante] de recreatiewoning in strijd met het bestemmingsplan als hoofdwoonverblijf gebruikt, vereiste feiten vast te stellen. De rechtbank heeft terecht geoordeeld dat het college er in dit geval in is geslaagd de voor het vermoeden, als hiervoor bedoeld, vereiste feiten vast te stellen. Dat de rechtbank niet heeft onderkend dat niet verifieerbaar is wie de controles heeft uitgevoerd, nu de controlerapporten niet zijn ondertekend, vormt in dit geval geen grond voor een ander oordeel. Daargelaten dat [appellante] de constateringen die in de controlerapporten zijn neergelegd en waaruit blijkt dat [appellante] in de periode van december 2008 tot en met november 2010 veelvuldig aanwezig was in de recreatiewoning niet heeft weersproken, heeft het college met de vaststelling dat de inschrijving van [appellante] op adres op de [locatie b] te [plaats] een briefadres is en dat zij de recreatiewoning voor de jaren 2007 tot en met 2011 in aanmerking heeft gebracht voor hypotheekrenteaftrek reeds de voor het voornoemde vermoeden vereiste feiten vastgesteld. Daarbij is van belang dat de Afdeling in de uitspraak van 7 oktober 2009 heeft overwogen dat een aanwijzing voor het gebruik van de recreatiewoning als hoofdwoonverblijf is dat op een elders ingeschreven adres niet over zelfstandige woonruimte wordt beschikt en [appellante] niet heeft weersproken dat zij op het adres [locatie b] niet over zelfstandige woonruimte beschikt, nu zij dat slechts als briefadres gebruikt. Voorts is van belang dat de Afdeling in die uitspraak heeft overwogen dat het in aanmerking brengen van een woning voor hypotheekrenteaftrek bijdraagt aan het vermoeden dat die woning als hoofdverblijf wordt gebruikt, nu deze aftrek alleen is toegestaan, indien de woning duurzaam als hoofdverblijf van de belastingplichtige dient. Dat maakt, anders dan [appellante] stelt, niet dat de rechtbank ook belang had moeten hechten aan het feit dat zij in de gemeente Bronckhorst forensenbelasting betaalt. De rechtbank heeft terecht overwogen dat de betaling van forensenbelasting niet noodzakelijkerwijs meebrengt dat [appellante] de recreatiewoning niet als hoofdwoonverblijf gebruikt, nu de verschuldigdheid daarvan afhankelijk is van het antwoord op de vraag of zij ingezetene is van de gemeente, hetgeen afhankelijk is van het al dan niet ingeschreven staan in de GBA. Dat maakt, anders dan [appellante] stelt, het niet tegenstrijdig dat bij de bepaling van het hoofdwoonverblijf de verschuldigdheid van forensenbelasting niet van belang is en het verzoek om hypotheekrenteaftrek wel, reeds omdat beide zaken niet vergelijkbaar zijn. Voorts wordt overwogen dat het energie- en watergebruik in de recreatiewoning, waarover [appellante] in hoger beroep gegevens heeft verstrekt, niet van dien aard is dat zij daarmee het vermoeden van het college dat zij de recreatiewoning als hoofdwoonverblijf gebruikt, heeft ontkracht.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/020e6e95615f5e43903db199e7aada9044820f11a74cdc87ddd04dafef00fddd. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 020e6e95615f5e43903db199e7aada9044820f11a74cdc87ddd04dafef00fddd, en de alinea staat in dat document op bytes 13270 tot 16355.