Citaat | Raad van State 4 december 2013

Alinea 47 Raad van State 4 december 2013

Een alinea uit Raad van State 4 december 2013, ECLI:NL:RVS:2013:2240.

8.1. De rechtbank heeft terecht geen grond gevonden voor het oordeel dat het college ten onrechte de invorderingsbeschikking van 20 juni 2012 heeft genomen. De stelling dat de last te vaag was, behoeft bij de invorderingsbeschikking geen bespreking, reeds omdat die tegen de dwangsombeschikking naar voren dient te worden gebracht, zoals [appellante] ook heeft gedaan en waarover onder 3.1. is geoordeeld. De rechtbank heeft terecht geen aanleiding gezien om aan te nemen dat het college zich ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat [appellante] niet aan de last had voldaan. Zij heeft met juistheid overwogen dat uit de controlerapporten blijkt dat na afloop van de begunstigingstermijn op 7 oktober 2011 wekelijks op verschillende tijdstippen controles hebben plaatsgevonden bij de recreatiewoning en [appellante] daar met enige regelmaat is aangetroffen. Voorts is terecht in aanmerking genomen dat [appellante] niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij elders een hoofdwoonverblijf had gevonden. De stelling van [appellante] dat het college niet binnen de begunstigingstermijn heeft gewaarschuwd dat niet aan de last was voldaan, leidt niet tot het daarmee door haar beoogde doel, reeds omdat het college daartoe niet verplicht is.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/020e6e95615f5e43903db199e7aada9044820f11a74cdc87ddd04dafef00fddd. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 020e6e95615f5e43903db199e7aada9044820f11a74cdc87ddd04dafef00fddd, en de alinea staat in dat document op bytes 18391 tot 19644.