Citaat | Raad van State 24 juli 2013

Alinea 40 Raad van State 24 juli 2013

Een alinea uit Raad van State 24 juli 2013, ECLI:NL:RVS:2013:430.

6.1. Het college heeft bij het vaststellen van de dwangsombedragen een inschatting gemaakt van de kosten die met het ongedaan maken van de overtreding gemoeid zouden zijn. In dit verband heeft het college geïnformeerd naar de kosten bij een concurrerend bedrijf en gekeken naar de afzetmogelijkheden bij erkende bedrijven in eigen land. Anders dan waarvan [appellant sub 2] kennelijk uitgaat, behoefde het college hierbij niet uit te gaan van de voor [appellant sub 2] meest rendabele wijze van beëindiging van de overtreding. Het college mocht er rekening mee houden dat de kosten hoger zouden kunnen zijn, bijvoorbeeld omdat afvoer per schip niet mogelijk zou zijn. Het onder 5 weergegeven betoog van [appellant sub 2] bevestigt dat dit geen onrealistisch scenario was. In hetgeen [appellant sub 2] heeft aangevoerd, heeft de rechtbank dan ook terecht geen aanleiding gezien voor het oordeel dat de vastgestelde dwangsombedragen niet in redelijke verhouding staan tot de zwaarte van het geschonden belang en de beoogde werking van de dwangsomoplegging. Het betoog faalt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1f885352c0be95b940f13f8a023f4fd475dc09eb8c15f460abc2a83376df237d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1f885352c0be95b940f13f8a023f4fd475dc09eb8c15f460abc2a83376df237d, en de alinea staat in dat document op bytes 15466 tot 16553.