Citaat | Raad van State 24 juli 2013

Alinea 34 Raad van State 24 juli 2013

Een alinea uit Raad van State 24 juli 2013, ECLI:NL:RVS:2013:441.

4. [appellante] betoogt verder dat de rechtbank heeft miskend dat de Belastingdienst het voorschot ten onrechte op nihil heeft vastgesteld, omdat er geen schriftelijke overeenkomst met de houder van het gastouderbureau, als bedoeld in artikel 52 van de Wko, is. Zij verwijst naar de door haar overgelegde aktes van overeenkomsten met [gastouderbureau A] en [gastouderbureau B]. Artikel 11, derde lid, aanhef en onder c, van de Regeling heeft betrekking op de administratie van het gastouderbureau. Uit de gedingstukken blijkt, welke uurvergoeding met het gastouderbureau is afgesproken, zodat dit onderdeel uitmaakt van de rechtsverhouding tussen de vraagouder en het gastouderbureau en niet in de overeenkomst hoeft te worden vastgelegd, aldus [appellante].

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e7344aa62c38ce31b50df05c889425db999f8a09421463764e46ffa50fe46f72. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e7344aa62c38ce31b50df05c889425db999f8a09421463764e46ffa50fe46f72, en de alinea staat in dat document op bytes 9862 tot 10633.