Citaat | Raad van State 31 juli 2013

Alinea 63 Raad van State 31 juli 2013

Een alinea uit Raad van State 31 juli 2013, ECLI:NL:RVS:2013:528.

Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen (onder meer in voormelde uitspraak van 24 december 2008), volgt uit de jurisprudentie van het EHRM (onder meer het arrest van 29 maart 2006, Pizzati tegen Italië, nr. 62361/00, JB 2006, 134) dat bij overschrijding van de redelijke termijn voor het nemen van een besluit, behoudens bijzondere omstandigheden, spanning en frustratie als grond voor vergoeding van immateriële schade wordt verondersteld. De Afdeling zal, uitgaande van een forfaitair tarief van € 500,00 per half jaar waarmee de redelijke termijn is overschreden, waarbij het totaal van de overschrijding naar boven wordt afgerond, het afdelingshoofd veroordelen tot betaling van een bedrag van € 1000,00 aan [appellant], als vergoeding voor de door hem geleden immateriële schade.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bcd78475841a03a951099c69d5348d77327fff5dccf112106bdbe1855d95781a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bcd78475841a03a951099c69d5348d77327fff5dccf112106bdbe1855d95781a, en de alinea staat in dat document op bytes 24737 tot 25543.