Citaat | Raad van State 26 juni 2013
Alinea 30 Raad van State 26 juni 2013
Een alinea uit Raad van State 26 juni 2013, ECLI:NL:RVS:2013:53.
Voorts is uit hetgeen zij daarover heeft aangevoerd niet gebleken van feiten of omstandigheden, op grond waarvan redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat [appellante] in verzuim is geweest. Voor zover zij als gevolg van psychische en lichamelijke klachten niet in staat kon worden geacht om zelf tijdig bezwaar te maken, mocht van haar worden verwacht dat zij iemand had ingeschakeld ter behartiging van haar belangen (vergelijk in deze zin de uitspraak van 20 januari 2010 in zaak nr. 200904170/1/H1). Slechts in zeer bijzondere gevallen, waarin aannemelijk wordt gemaakt dat geen mogelijkheid was om daarvoor zorg te dragen, kan daarop in verband met het dwingende karakter van de bezwaartermijn een uitzondering worden aanvaard. Uit de door [appellante] in hoger beroep overgelegde verklaring van haar psycholoog blijkt niet dat sprake was van een dergelijk bijzonder geval. Deze verklaring sluit niet uit dat het voor haar mogelijk was om zorg te dragen voor de tijdige indiening van een bezwaarschrift, desnoods op nader aan te voeren gronden en al dan niet door tijdig iemand daarbij in te schakelen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2a45da8644e19efed9b0a0c90ed9d73881c6e61ac025b10fb5166656df7a57fb. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2a45da8644e19efed9b0a0c90ed9d73881c6e61ac025b10fb5166656df7a57fb, en de alinea staat in dat document op bytes 9986 tot 11111.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/2a45da8644e19efed9b0a0c90ed9d73881c6e61ac025b10fb5166656df7a57fb | shasum -a 256