Citaat | Raad van State 26 juni 2013
Alinea 36 Raad van State 26 juni 2013
Een alinea uit Raad van State 26 juni 2013, ECLI:NL:RVS:2013:89.
3. Appellanten betogen dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat zij niet kunnen worden gevolgd in hun standpunt dat de verklaring van de vreemdeling van 6 maart 2010, welke bij het boeterapport is gevoegd, niet zorgvuldig tot stand is gekomen en dat van de juistheid van de weergave van die verklaring kan worden uitgegaan. Daartoe voeren zij aan dat de vreemdeling is gehoord in het Turks, hetgeen hij onvoldoende beheerst om de hem gestelde vragen te beantwoorden. Voorts wijzen appellanten erop dat zij reeds in de bezwaarfase hebben aangevoerd dat de vreemdeling een gebrekkige spraakontwikkeling heeft, hetgeen ook blijkt uit de verklaring van [appellant A] van 8 oktober 2010, welke bij het boeterapport is gevoegd. Voorts stellen appellanten dat uit het verslag van het verhoor van de vreemdeling op 6 maart 2010 niet kan worden afgeleid of de vreemdeling de vragen heeft begrepen, nu de gestelde vragen niet zijn vermeld. Appellanten voeren voorts aan dat niet is voldaan aan de verplichting aan artikel 28, eerste lid, aanhef en onder e, van de Wet beëdigde tolken en vertalers, nu de vreemdeling voormelde verklaring mede tegenover een politieambtenaar heeft afgelegd.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dccd294e104660b96fcbf729b2e9c696a0f342f1e0d7a98934e841009cc291cf. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dccd294e104660b96fcbf729b2e9c696a0f342f1e0d7a98934e841009cc291cf, en de alinea staat in dat document op bytes 11611 tot 12812.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/dccd294e104660b96fcbf729b2e9c696a0f342f1e0d7a98934e841009cc291cf | shasum -a 256