Citaat | Raad van State 26 juni 2013

Alinea 46 Raad van State 26 juni 2013

Een alinea uit Raad van State 26 juni 2013, ECLI:NL:RVS:2013:89.

5. Appellanten betogen voorts dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat de omstandigheden van het geval en de financiële situatie van appellanten geen grond bieden voor het oordeel dat de opgelegde boete had moeten worden gematigd. Appellanten voeren daartoe aan dat zij [projectleider] Handhaving en Opsporing van het Interventie Team Handhaving Beverwijkse Bazaar hebben gevraagd naar de voorwaarden waaronder de vreemdeling als Bulgaarse zelfstandige kon worden ingehuurd en dat zij zijn afgegaan op de door hem verstrekte informatie. De rechtbank heeft miskend dat uitlatingen van de overheid aanleiding kunnen geven om de boete te matigen, aldus appellanten. Tevens stellen zij dat zij door de boete onevenredig zijn getroffen, nu zij bij beschikking van gelijke datum nog een boete van € 8.000,00 hebben gekregen, hetgeen twee derde van hun jaarlijks inkomen behelst. Voorts stellen zij dat de omstandigheid dat hun een betalingsregeling is aangeboden geen aanleiding vormt het matigingsverzoek af te wijzen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dccd294e104660b96fcbf729b2e9c696a0f342f1e0d7a98934e841009cc291cf. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dccd294e104660b96fcbf729b2e9c696a0f342f1e0d7a98934e841009cc291cf, en de alinea staat in dat document op bytes 18906 tot 19944.