Citaat | Raad van State 28 augustus 2013

Alinea 49 Raad van State 28 augustus 2013

Een alinea uit Raad van State 28 augustus 2013, ECLI:NL:RVS:2013:910.

Appellanten hebben hun zaken voorgelegd aan de Europese Commissie voor de Rechten van de Mens (hierna: de ECRM). De ECRM heeft op 3 december 1991 een rapport uitgebracht. Volgens de ECRM was het aannemelijk dat de BVD informatie over appellanten had verzameld en opgeslagen, hetgeen een inbreuk vormde op artikel 8, eerste lid, van het EVRM. Volgens de ECRM was deze inbreuk niet gerechtvaardigd, onder meer omdat Nederland niet bij wet voldoende duidelijk had gemaakt in welke omstandigheden en onder welke voorwaarden de BVD bevoegd was een onderzoek in te stellen. De ECRM was van oordeel dat het verzoek om toegang tot de BVD-dossiers geen aparte vraag onder artikel 8 van het EVRM aan de orde stelde. Het rapport van de ECRM is voorgelegd aan het Comité van Ministers van de Raad van Europa, dat in zijn 498e bijeenkomst in 1993 een schending van artikel 8 van het EVRM heeft geconstateerd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d52dfcd5a269708fb13457efc942334099e3ae0f53cc7ca005ce598b053b4e38. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d52dfcd5a269708fb13457efc942334099e3ae0f53cc7ca005ce598b053b4e38, en de alinea staat in dat document op bytes 14687 tot 15597.