Citaat | Raad van State 17 april 2013

Alinea 35 Raad van State 17 april 2013

Een alinea uit Raad van State 17 april 2013, ECLI:NL:RVS:2013:BZ7770.

3. [appellante] betoogt primair dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat de raad van de gemeente Roermond zich in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat het in het belang van de gemeente, als bedoeld in artikel 149 van de Gemeentewet, nodig is om een vergunningstelsel ten behoeve van de exploitatie van smartshops in de Apv vast te leggen. Zij voert hiertoe aan dat de raad ter ondersteuning van dat standpunt slechts heeft aangevoerd dat de ervaring met smartshops in het algemeen heeft geleerd dat zich bij de verkoop van geestverruimende middelen openbare ordeproblemen kunnen voordoen. Die stelling wordt echter volgens [appellante] niet geconcretiseerd of ondersteund. Bovendien is van belang dat het introduceren van een vergunningstelsel vanuit het oogpunt van handhaving van de openbare orde slechts mogelijk is, indien zich in de gemeente concrete overlast heeft of openbare ordeproblemen hebben voorgedaan. Hiertoe verwijst [appellante] naar een publicatie van het Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid (hierna: het CCV) uit 2010. Voor zover uit die publicatie volgt dat zonder concrete overlast een vergunningstelsel mogelijk is door de begrippen "handhaving van de openbare orde" en "bescherming van het woon- en leefklimaat" ruimer uit te leggen, geldt dat dit volgens het CCV eerst aan de orde kan zijn wanneer binnen de gemeente een overconcentratie aan smartshops is ontstaan, bij eventuele criminele antecedenten van smartshophouders dan wel bij een mogelijke verwevenheid met drugsbranches. Deze situaties doen zich in de gemeente Roermond volgens [appellante] echter niet voor. Zij exploiteert de enige smartshop in de gemeente en gedurende de vijftien jaren dat de smartshop daar gevestigd is, hebben zich nooit problemen voorgedaan. Dat een vergunningplicht een toets op grond van de Wet Bibob mogelijk maakt, kan niet tot het oordeel leiden dat reeds daarom een vergunningstelstel in de Apv mocht worden vastgelegd. Gelet op het voorgaande dient artikel 2:79 van de Apv wegens strijd met artikel 149 van de Gemeentewet onverbindend te worden verklaard, aldus [appellante].

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2ffdfe2c910be718408987ffaa19cb905fdf3e72547f2e5753f0cd2df61a7ff8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2ffdfe2c910be718408987ffaa19cb905fdf3e72547f2e5753f0cd2df61a7ff8, en de alinea staat in dat document op bytes 12530 tot 14677.