Citaat | Raad van State 27 maart 2014
Alinea 28 Raad van State 27 maart 2014
Een alinea uit Raad van State 27 maart 2014, ECLI:NL:RVS:2014:1108.
4.1. In hoger beroep heeft de staatssecretaris toegelicht dat in de zienswijze van 9 maart 2012 niets anders is aangevoerd dan dat de kinderen van de vreemdeling uitsluitend binding met Nederland hebben, zij geen enkele binding hebben met het land van herkomst van de ouder en daar geen sociaal netwerk hebben. In beroep heeft de vreemdeling in aanvulling daarop enkel gesteld dat de vader van de kinderen in Nederland woont, de kinderen recht hebben op regelmatige betrekkingen met hun vader, zij de taal van Ivoorkust niet spreken en geen sociale binding met dat land hebben. Op grond daarvan heeft de staatssecretaris geconcludeerd dat de vreemdeling geen concrete asielrelevante feiten en omstandigheden heeft aangevoerd. Voorts is evenmin gebleken van zelfstandige asielmotieven die een specifiek de kinderen betreffende motivering vereisen. Volgens de staatssecretaris heeft hij op basis van een zorgvuldige weging van het door de vreemdeling aangevoerde geconcludeerd dat het gezin, inclusief het minderjarige kind voor wie de vreemdeling de aanvraag mede heeft gedaan, geen bescherming behoeft en aldus gemotiveerd besloten tot afwijzing van de aanvraag.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/323dd9108fb3f4fd804ba677a416167867a2d93c26b1c39f88daca716d1abd40. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 323dd9108fb3f4fd804ba677a416167867a2d93c26b1c39f88daca716d1abd40, en de alinea staat in dat document op bytes 11431 tot 12606.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/323dd9108fb3f4fd804ba677a416167867a2d93c26b1c39f88daca716d1abd40 | shasum -a 256