Citaat | Raad van State 25 maart 2014

Alinea 40 Raad van State 25 maart 2014

Een alinea uit Raad van State 25 maart 2014, ECLI:NL:RVS:2014:1155.

6.1. De Afdeling begrijpt het betoog aldus dat [opposant] stelt dat in de uitspraak waarvan verzet een inhoudelijke bespreking van het beroep niet achterwege gelaten kon worden. [opposant] stelt terecht dat de Awb er niet aan in de weg staat dat in een uitspraak de beroepsgronden inhoudelijk worden besproken en dat pas een oordeel over de toepassing van het relativiteitsvereiste volgt als de beroepsgronden slagen. De Awb staat er evenmin aan in de weg dat de beroepsgronden die vanwege het relativiteitsvereiste niet tot vernietiging van het bestreden besluit kunnen leiden buiten bespreking worden gelaten en het beroep ongegrond wordt verklaard. Anders dan [opposant] stelt maakt dit voor de toepassing van artikel 8:75 van de Awb geen verschil. Artikel 8:75 van de Awb kan worden toegepast bij alle beslissingen waartoe een uitspraak ingevolge artikel 8:70 van de Awb kan strekken.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ddcfb3f6fb24296cac494e9fddd90efd089fc52d8c441996aaf1400eb566f065. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ddcfb3f6fb24296cac494e9fddd90efd089fc52d8c441996aaf1400eb566f065, en de alinea staat in dat document op bytes 16648 tot 17549.