Citaat | Raad van State 9 april 2014
Alinea 32 Raad van State 9 april 2014
Een alinea uit Raad van State 9 april 2014, ECLI:NL:RVS:2014:1236.
3. [appellant] betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat de korpschef de in het justitieel documentatieregister vermelde feiten in redelijkheid heeft kunnen aanmerken als feiten, als bedoeld in paragraaf 2.1, aanhef en onder c, van de circulaire, nu deze een serieuze verdenking inhouden van misdrijven die beschouwd kunnen worden als een tamelijk ernstige aantasting van de rechtsorde. Daartoe voert [appellant] aan dat de rechtbank heeft miskend dat de korpschef met zijn besluit vooruit loopt op een veroordeling door de strafrechter. In de twee lopende strafzaken wordt hij in de ene zaak waarschijnlijk vrijgesproken en in de andere zaak zal het openbaar ministerie niet-ontvankelijk worden verklaard, aldus [appellant]. In beide zaken heeft evenwel nog immer geen inhoudelijke zitting plaatsgevonden. De rechtbank heeft miskend dat de korpschef met zijn besluit in strijd met de onschuldpresumptie handelt, aldus [appellant].
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f76fb998822e763cff6971ee3332847b27b3bc00099e34f8e22fbb0004c8e0e7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f76fb998822e763cff6971ee3332847b27b3bc00099e34f8e22fbb0004c8e0e7, en de alinea staat in dat document op bytes 10542 tot 11503.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/f76fb998822e763cff6971ee3332847b27b3bc00099e34f8e22fbb0004c8e0e7 | shasum -a 256