Citaat | Raad van State 9 april 2014

Alinea 49 Raad van State 9 april 2014

Een alinea uit Raad van State 9 april 2014, ECLI:NL:RVS:2014:1239.

In hetgeen LTO Noord naar voren heeft gebracht ziet de Afdeling geen aanleiding om te twijfelen aan het voorkomen van beide habitattypen op de dijken langs de uiterwaarden. Dat in de huidige toestand beide habitattypen niet of in verwaarloosbare omvang voorkomen in het oostelijke deel van de uiterwaarden van de Waal, zoals LTO Noord stelt, nog daargelaten of die stelling juist is, geeft op zichzelf geen aanleiding om de motivering van de gekozen begrenzing van het aangewezen gebied ondeugdelijk te achten. Hierbij betrekt de Afdeling dat het habitattype stroomdalgraslanden (H6120) een prioritair habitattype betreft en voor het habitattype glanshaver- en vossenstaarthooilanden (H6510A) een verbeterdoelstelling gericht op de uitbreiding van de oppervlakte en verbetering van de kwaliteit in het aanwijzingsbesluit is opgenomen. Niet is aannemelijk gemaakt dat de beoogde natuurontwikkeling niet zal plaatsvinden in het oostelijke deel van de uiterwaarden, dat in afwijking van het ontwerpbesluit binnen de begrenzing van het aangewezen gebied is gebracht en daardoor beide habitattypen in dat oostelijke deel niet tot ontwikkeling zullen kunnen worden gebracht.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2a023ddc9ba5c60d021d9f61cf626cda2eea73a4bc29a00a5b9470e0791670f1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2a023ddc9ba5c60d021d9f61cf626cda2eea73a4bc29a00a5b9470e0791670f1, en de alinea staat in dat document op bytes 19716 tot 20897.