Citaat | Raad van State 16 april 2014

Alinea 228 Raad van State 16 april 2014

Een alinea uit Raad van State 16 april 2014, ECLI:NL:RVS:2014:1298.

26.2. De Afdeling stelt voorop dat volgens vaste jurisprudentie van de Afdeling (vgl. bijvoorbeeld de uitspraak van de Afdeling van 14 juli 2010 in zaak nr. 200903222/1/R3) voor het oordeel van de bestuursrechter dat een privaatrechtelijke belemmering aan de vaststelling en de uitvoerbaarheid van een bestemmingsplan in de weg staat, slechts aanleiding is indien deze een evident karakter heeft. De burgerlijke rechter is immers de eerstaangewezene om de vraag te beantwoorden of een privaatrechtelijke belemmering in de weg staat aan de uitvoering van een activiteit. In het verlengde van wat de Afdeling heeft overwogen in de uitspraak van 17 oktober 2012 in zaak nr. 201200094/1/A1 overweegt de Afdeling voorts dat een privaatrechtelijke belemmering eerst evident is in evenbedoelde zin, indien zonder nader onderzoek kan worden vastgesteld dat een ontwikkeling voorzien is op grond waarop een zakelijk recht rust waartoe een ander gerechtigd is en die ander daarin niet berust en niet hoeft te berusten.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3ceaed00d0bcf12ebe8492ad4633dbb5ad65eb1581006b8c85fa10d439b4c502. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3ceaed00d0bcf12ebe8492ad4633dbb5ad65eb1581006b8c85fa10d439b4c502, en de alinea staat in dat document op bytes 81053 tot 82074.