Citaat | Raad van State 30 april 2014

Alinea 29 Raad van State 30 april 2014

Een alinea uit Raad van State 30 april 2014, ECLI:NL:RVS:2014:1550.

3.3. Wat betreft de vergoeding voor het verschijnen bij de hoorzitting in bezwaar van 9 augustus 2012 stelt de Afdeling vast dat uit het verslag daarvan weliswaar kan worden afgeleid dat Willeme ook namens [appellante] aanwezig was en ook namens haar het woord heeft gevoerd, maar niet is komen vast te staan dat Willeme tijdens deze hoorzitting of op enig ander moment in de bestuurlijke fases de minister heeft geïnformeerd dat hij als derde beroepsmatige rechtsbijstand aan [appellante] verleent en dat hij als zodanig tijdens de hoorzitting zou optreden. Gelet hierop brengt de gestelde omstandigheid dat de minister ermee bekend was dat Willeme wel vaker [appellante] bijstond niet met zich dat hij hieruit reeds had kunnen en moeten afleiden dat Willeme ook in deze zaken in de hoedanigheid van beroepsmatige rechtsbijstandsverlener optrad.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0a2532ea50248a391d470a49b4571b59daf58273437828be9c68594485806608. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0a2532ea50248a391d470a49b4571b59daf58273437828be9c68594485806608, en de alinea staat in dat document op bytes 10173 tot 11033.