Citaat | Raad van State 21 mei 2014

Alinea 41 Raad van State 21 mei 2014

Een alinea uit Raad van State 21 mei 2014, ECLI:NL:RVS:2014:1786.

4. [appellant] stelt zich op het standpunt dat de rechtbank hem ten onrechte niet is gevolgd in zijn standpunt dat het college op grond van artikel 3 en 7 van het IVRK, artikel 24, derde lid, van het IVBPR en artikel 1 van het Staatloosheidsverdrag 1961 gehouden is om binnen redelijke tijd de nationaliteit van [kind A] en [kind B] of hun staatloosheid vast te stellen. Het college mag de registratie "nationaliteit onbekend" niet langer laten voortduren, aldus [appellant].

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ab950e3452ac04e384658ee691d88f581e24686d159c261ac5285931787e9a60. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ab950e3452ac04e384658ee691d88f581e24686d159c261ac5285931787e9a60, en de alinea staat in dat document op bytes 14265 tot 14753.