Citaat | Raad van State 12 mei 2014

Alinea 31 Raad van State 12 mei 2014

Een alinea uit Raad van State 12 mei 2014, ECLI:NL:RVS:2014:1849.

4. In de derde grief klaagt de staatssecretaris dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat zij geen aanleiding ziet het beroep gegrond te verklaren met instandlating van de rechtsgevolgen. Hiertoe voert de staatssecretaris aan dat de rechtbank, door aldus te overwegen, heeft miskend dat in de maatregel van bewaring van 16 december 2013 en zijn brief van 23 december 2013 een uitgebreide toelichting is gegeven op de aan de maatregel ten grondslag gelegde gronden en uit deze gronden blijkt dat er een risico bestaat dat de vreemdeling zich aan het toezicht zal onttrekken. Gelet op dit risico had de vreemdeling ook krachtens artikel 62, tweede lid, aanhef en onder a, van de Vw 2000, een vertrektermijn kunnen worden onthouden, aldus de staatssecretaris.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a8dd57c80361f6e1ce47f99f0b9d97eb658bae03d44d01e7357bbd09774c5118. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a8dd57c80361f6e1ce47f99f0b9d97eb658bae03d44d01e7357bbd09774c5118, en de alinea staat in dat document op bytes 11012 tot 11789.