Citaat | Raad van State 29 januari 2014
Alinea 29 Raad van State 29 januari 2014
Een alinea uit Raad van State 29 januari 2014, ECLI:NL:RVS:2014:188.
Aangezien het geschil over de betaling van leges door [appellanten] is te herleiden tot het niet verlenen van verblijfsvergunningen kan het verzoek tot vergoeding van immateriële schade niet op deze verdragsbepaling worden gebaseerd. De rechtszekerheid als algemeen aanvaard rechtsbeginsel dat aan artikel 6 van het EVRM mede ten grondslag ligt, geldt echter, zoals de Afdeling eerder heeft overwogen (zie de uitspraak van 3 december 2008 in zaak nr. 200704652/1) evenzeer binnen de nationale rechtsorde en evenzeer los van die verdragsbepaling. Dit beginsel noopt er toe dat een geschil binnen een redelijke termijn wordt beslecht, in voorkomend geval na behandeling door een onafhankelijk en onpartijdig gerecht. Aangezien dit vereiste berust op een rechtsbeginsel dat ten grondslag ligt aan artikel 6 van het EVRM, wordt aansluiting gezocht bij de jurisprudentie van het EHRM (onder meer het arrest van 29 maart 2006, Riccardi Pizzati tegen Italië, nr. 62361/00, www.echr.coe.int) over de uitleg van deze verdragsbepaling. Uit deze jurisprudentie volgt dat bij overschrijding van de redelijke termijn, behoudens bijzondere omstandigheden, spanning en frustratie als grond voor vergoeding van immateriële schade wordt verondersteld.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0a907902946ed872369687ca98b76ea4a5f93429993f2c5123e7eb90e0f5e44e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0a907902946ed872369687ca98b76ea4a5f93429993f2c5123e7eb90e0f5e44e, en de alinea staat in dat document op bytes 15028 tot 16278.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/0a907902946ed872369687ca98b76ea4a5f93429993f2c5123e7eb90e0f5e44e | shasum -a 256