Citaat | Raad van State 29 januari 2014

Alinea 35 Raad van State 29 januari 2014

Een alinea uit Raad van State 29 januari 2014, ECLI:NL:RVS:2014:188.

Verder wordt in aanmerking genomen dat artikel 6 van het EVRM betrekking heeft op de behandeling binnen een redelijke termijn door de rechter en niet door het bestuursorgaan, zodat aan die verdragsbepaling geen aanspraak op schadevergoeding kan worden ontleend in de situatie dat sprake is van een te lange behandelingsduur in de bezwaarfase, maar het geschil daarna niet aan de rechter wordt voorgelegd. Uitsluitend wanneer tegen een besluit op bezwaar beroep wordt ingesteld en de bezwaar- en de beroepsfase tezamen zo lang hebben geduurd dat de redelijke termijn daardoor is overschreden, dient de rechter met het oog op toekenning van een vergoeding voor immateriële schade die daardoor is ontstaan te beoordelen op welke wijze de termijnoverschrijding moet worden toegerekend aan respectievelijk het bestuursorgaan en de rechter. Eerst dan ligt ter beoordeling voor of de bezwaarfase onredelijk lang heeft geduurd, omdat de duur daarvan een half jaar overschrijdt, waarbij wordt opgemerkt dat in een geval waarin op grond van de van toepassing zijnde regelgeving een langere termijn geldt waarbinnen na ontvangst van het bezwaarschrift daarop uitspraak moet worden gedaan, in de regel heeft te gelden dat ook dan de bezwaarfase onredelijk lang heeft geduurd, wanneer de duur daarvan een half jaar overschrijdt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0a907902946ed872369687ca98b76ea4a5f93429993f2c5123e7eb90e0f5e44e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0a907902946ed872369687ca98b76ea4a5f93429993f2c5123e7eb90e0f5e44e, en de alinea staat in dat document op bytes 24586 tot 25915.