Citaat | Raad van State 29 januari 2014

Alinea 40 Raad van State 29 januari 2014

Een alinea uit Raad van State 29 januari 2014, ECLI:NL:RVS:2014:188.

4.7. Volgens vaste rechtspraak (bijvoorbeeld uitspraken van de Afdeling van 12 december 2012 in zaak nr. 201204809/1/V6, het College van Beroep voor het bedrijfsleven van 25 juni 2009, ECLI:NL:CBB:2009:BJ2560; de Centrale Raad van Beroep van 14 december 2012; ECLI:NL:CRVB:2012:BY6202 en de Hoge Raad van 9 april 2010; ECLI:NL:HR:2010:BJ8465) wordt bij de beoordeling van de vraag of sprake is van overschrijding van de redelijke termijn de tijd die gemoeid is geweest met het afwachten van een prejudiciële beslissing van het Hof van Justitie buiten beschouwing gelaten, indien het afwachten van die beslissing redelijk is. Dit geldt zowel in zaken waarin prejudiciële vragen zijn gesteld als in zaken die zijn aangehouden in afwachting van de beantwoording van prejudiciële vragen die in een vergelijkbare andere zaak zijn gesteld.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0a907902946ed872369687ca98b76ea4a5f93429993f2c5123e7eb90e0f5e44e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0a907902946ed872369687ca98b76ea4a5f93429993f2c5123e7eb90e0f5e44e, en de alinea staat in dat document op bytes 29477 tot 30326.