Citaat | Raad van State 29 januari 2014
Alinea 53 Raad van State 29 januari 2014
Een alinea uit Raad van State 29 januari 2014, ECLI:NL:RVS:2014:188.
Sedert de ontvangst door de minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie van het bezwaarschrift van [appellanten] op 30 januari 2006 tegen het besluit van die datum, waren ten tijde van de intrekking van het beroep tegen het besluit op bezwaar van 14 november 2006 op 23 november 2009 drie jaar en bijna negen maanden verstreken, zodat in zoverre de in het algemeen als redelijk aan te merken termijn voor de behandeling van het eerste bezwaar en het beroep tezamen met bijna negen maanden is overschreden. Uit het in 4.8.4. overwogene volgt dat er aanleiding is om in dit geval van die overschrijding ruim twee maanden als redelijk te aanvaarden vanwege het afwachten van het oordeel van het Hof van Justitie op de door de Afdeling gestelde prejudiciële vragen. Als gevolg daarvan is sprake van een overschrijding van de redelijke termijn met bijna zes en een halve maand. Deze overschrijding is volledig toe te schrijven aan de rechtbank ’s-Gravenhage, nevenzittingsplaats Amsterdam, nu de eerste behandeling van het bezwaar minder dan een jaar in beslag heeft genomen, terwijl de eerste behandeling van het beroep meer dan twee jaar heeft geduurd.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0a907902946ed872369687ca98b76ea4a5f93429993f2c5123e7eb90e0f5e44e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0a907902946ed872369687ca98b76ea4a5f93429993f2c5123e7eb90e0f5e44e, en de alinea staat in dat document op bytes 45280 tot 46448.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/0a907902946ed872369687ca98b76ea4a5f93429993f2c5123e7eb90e0f5e44e | shasum -a 256