Citaat | Raad van State 28 mei 2014

Alinea 40 Raad van State 28 mei 2014

Een alinea uit Raad van State 28 mei 2014, ECLI:NL:RVS:2014:1912.

Uit de omstandigheid dat [appellante] tussen het moment van verhuren en de controle geen klachten van buren heeft ontvangen, kan niet worden afgeleid dat zij concreet toezicht heeft gehouden op het gebruik van de woning. Dit blijkt tevens uit het ter zitting verklaarde dat Sen slechts eenmalig, te weten bij de koop van de woning, het pand heeft bezocht. De rechtbank heeft derhalve terecht overwogen dat het op de weg van [appellante] had gelegen om scherper toezicht te houden dan wel nader onderzoek te doen naar de bewoning van haar woning. De omstandigheid dat drie van de aangetroffen personen de woning niet van [appellante] hebben gehuurd laat onverlet dat [appellante] behoorde te weten dat het pand onrechtmatig werd gebruikt. [appellante] heeft haar betoog dat zij zou zijn benadeeld door het niet horen van de huurders niet aannemelijk gemaakt. Gelet op het vorenoverwogene was het college bevoegd tot oplegging van een boete wegens schending van artikel 30, eerste lid, van de Huisvestingswet.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/179aa92188fe7b7644a135756fff5ec883bfdd55248295aeed41c1d98b782619. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 179aa92188fe7b7644a135756fff5ec883bfdd55248295aeed41c1d98b782619, en de alinea staat in dat document op bytes 16250 tot 17270.