Citaat | Raad van State 4 juni 2014

Alinea 29 Raad van State 4 juni 2014

Een alinea uit Raad van State 4 juni 2014, ECLI:NL:RVS:2014:1982.

2.1. De rechtbank heeft voorop gesteld dat zij het beleid van het college, waarin prioriteiten bij handhaving zijn gesteld, in beginsel niet onredelijk acht. Op alle momenten handhavend optreden tegen alle mogelijke overtredingen van wettelijke voorschriften kan, gelet op de beschikbare capaciteit, niet van het college worden gevergd. In dit geval wordt echter binnen de looptijd van het Handhavingsbeleidsplan volledig afgezien van handhavend optreden tegen overtredingen als hier aan de orde. Een dergelijke consequentie van een beleid is volgens de rechtbank niet redelijk. Gelet op de beginselplicht om te handhaven dient een burger, bijzondere omstandigheden daargelaten, uitzicht te hebben op handhaving binnen de looptijd van een beleidsplan, aldus de rechtbank. De rechtbank heeft voorts overwogen dat het gelijkheidsbeginsel niet meebrengt dat een bestuursorgaan naar aanleiding van een daartoe strekkend verzoek kan besluiten af te zien van handhavend optreden, omdat in vergelijkbare gevallen ook niet tot handhaving wordt overgegaan. Volgens de rechtbank dient het bestuursorgaan de verzoeker, gelet op de beginselplicht tot handhaving, dan ten minste een moment in het vooruitzicht te stellen waarop het verzoek om handhaving alsnog kan worden ingewilligd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1e102caa9e8f734c70b6893c5ccb78977af90715d3ccab0eb0a646240c10ddce. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1e102caa9e8f734c70b6893c5ccb78977af90715d3ccab0eb0a646240c10ddce, en de alinea staat in dat document op bytes 8949 tot 10233.