Citaat | Raad van State 4 juni 2014
Alinea 35 Raad van State 4 juni 2014
Een alinea uit Raad van State 4 juni 2014, ECLI:NL:RVS:2014:1990.
Volgens dat onderdeel, paragraaf 1.2, vormen wapens en munitie een potentieel ernstige bedreiging indien zij in handen komen van personen die onvoldoende betrouwbaar zijn om wapens en munitie voorhanden te hebben. Daarom wordt een restrictief beleid gevoerd waar het de toepassing van het criterium 'geen vrees voor misbruik' betreft. Degene aan wie een vergunning is verleend voor het voorhanden hebben van wapens of munitie komt in een bijzondere positie te verkeren ten opzichte van zijn medeburgers, voor wie immers het algemene wettelijke verbod om wapens of munitie voorhanden te hebben geldt. Die positie brengt met zich dat van de vergunninghouder stipte naleving van de (wapen)wettelijke voorschriften moet kunnen worden verlangd en dat van hem tevens wordt verwacht dat hij zich onthoudt van overtredingen die kunnen worden beschouwd als een (ernstige) aantasting van de rechtsorde. Het weigeren dan wel intrekken van een verlof is uitdrukkelijk geen strafrechtelijke sanctie, maar een maatregel ter bescherming van de veiligheid in de samenleving. Tegen de achtergrond van het voormelde maatschappelijke belang is daarom reeds geringe twijfel aan het verantwoord zijn van de te maken of gemaakte uitzondering - ook naar vaste jurisprudentie van de Afdeling - voldoende reden om een verlof niet te verlenen onderscheidenlijk in te trekken. Het spreekt voor zich dat die twijfel gebaseerd moet zijn op een objectief toetsbare motivering. Vrees voor misbruik kan ook worden aangenomen op basis van andere, niet uit veroordelingen of transacties gebleken, omtrent betrokkene bekende feiten. In beginsel is het niet verantwoord om aan iemand die - door oorzaken van zowel interne als externe aard - onder sterke psychische druk staat, wat tot uitdrukking komt in een onvoorspelbaar gedragspatroon of bijvoorbeeld alcohol- en drugsmisbruik en waarbij de indruk bestaat dat de vergunninghouder zichzelf niet in de hand heeft, het voorhanden hebben van vuurwapens en munitie toe te vertrouwen. In het bezit van een vuurwapen zou de vergunninghouder een gevaar zijn voor zichzelf en voor de openbare orde en veiligheid. Indien de aanvrager of vergunninghouder - in tegenstelling tot de korpschef - van mening is dat het voorhanden hebben van wapens en munitie wel aan hem kan worden toevertrouwd, dan dient hij dit aan te tonen door middel van een schriftelijke verklaring van een arts of psychiater. Uit deze verklaring moet duidelijk blijken dat de arts of psychiater bekend is met de problemen van betrokkene en dat deze niet of niet langer een belemmering vormen om aan betrokkene een vergunning te verlenen voor het voorhanden hebben van wapens.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/05c14865634a091dd2a6fa13d6b21e69d4c47147efcf62565220cfafcd02bcc2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 05c14865634a091dd2a6fa13d6b21e69d4c47147efcf62565220cfafcd02bcc2, en de alinea staat in dat document op bytes 8356 tot 11021.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/05c14865634a091dd2a6fa13d6b21e69d4c47147efcf62565220cfafcd02bcc2 | shasum -a 256