Citaat | Raad van State 4 juni 2014
Alinea 46 Raad van State 4 juni 2014
Een alinea uit Raad van State 4 juni 2014, ECLI:NL:RVS:2014:1993.
3. [appellant] betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat de burgemeester zich op het standpunt heeft mogen stellen dat feiten en omstandigheden bestaan die er op wijzen dat ernstig gevaar bestaat dat de exploitatievergunning mede zal worden gebruikt om strafbare feiten te plegen. Daartoe voert hij aan dat de burgemeester ten onrechte vier onherroepelijke veroordelingen wegens handelen in strijd met de Opiumwet aan de besluitvorming ten grondslag heeft gelegd. Volgens hem wordt de verkoop van softdrugs vanuit een coffeeshop onder voorwaarden door de overheid gedoogd. Inherent aan de exploitatie van een coffeeshop is volgens [appellant] dat met medeweten van de overheid stelstelmatig strafbare feiten worden gepleegd. Deze strafbare feiten zijn het gevolg van de bevoorrading van de coffeeshop en daarmee onlosmakelijk verbonden met het gedoogbeleid. Deze bevoorrading wordt in het strafrecht niet langer zonder meer strafbaar geacht. Omdat het bestuursrecht een eigen toetsingskader kent met eigen normen ontbreekt de rechtseenheid met het strafrecht. De waarborgen die in het strafrecht gelden, dienen ook in deze procedure te gelden, nu de procedure omtrent de exploitatievergunning onlosmakelijk is verbonden met de strafrechtelijke procedure. Een andere gang van zaken is in strijd met artikel 6 van het EVRM, aldus [appellant].
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a69c170cce210c75531ab2957f0f351300d0ca0848ce368011e75d17e8c3b394. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a69c170cce210c75531ab2957f0f351300d0ca0848ce368011e75d17e8c3b394, en de alinea staat in dat document op bytes 13212 tot 14582.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/a69c170cce210c75531ab2957f0f351300d0ca0848ce368011e75d17e8c3b394 | shasum -a 256