Citaat | Raad van State 4 juni 2014

Alinea 30 Raad van State 4 juni 2014

Een alinea uit Raad van State 4 juni 2014, ECLI:NL:RVS:2014:2004.

4. [appellant] betoogt voorts dat de voorzieningenrechter niet heeft onderkend dat het college van handhavend optreden had behoren af te zien, vanwege voormelde brief van 4 april 2012. De voorzieningenrechter heeft volgens hem ten onrechte overwogen dat hij er niet gerechtvaardigd op mocht vertrouwen dat het college in de toekomst niet handhavend zou optreden tegen het tuinhuis, omdat de brief van 4 april 2012 niet was gemotiveerd en het college hem voorafgaand aan dat besluit er verscheidene keren op heeft gewezen dat het tuinhuis zonder de daarvoor vereiste vergunning was gebouwd en in strijd was met het bestemmingsplan. Volgens [appellant] valt niet in te zien waarom een gebrek in de motivering van de brief van 4 april 2012 van belang is voor het antwoord op de vraag of met die brief vertrouwen wordt opgewekt. Voorts mocht hij juist uit het feit dat hij de brief van het college over het gedogen van het tuinhuis ontving na eerdere brieven van het college, waarin hem was meegedeeld dat het tuinhuis in strijd was met het bestemmingsplan, afleiden dat het college zijn standpunt terzake had gewijzigd, aldus [appellant].

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3d4312f9c6524b90a1e62a232f92b945343855af5d2ba09d81be7cdc8d02e488. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3d4312f9c6524b90a1e62a232f92b945343855af5d2ba09d81be7cdc8d02e488, en de alinea staat in dat document op bytes 10288 tot 11436.