Citaat | Raad van State 4 juni 2014
Alinea 31 Raad van State 4 juni 2014
Een alinea uit Raad van State 4 juni 2014, ECLI:NL:RVS:2014:2004.
4.1. Voor een geslaagd beroep op het vertrouwensbeginsel is, zoals de Afdeling eerder heeft overwogen (in onder meer de uitspraak van 16 mei 2012 in zaak nr. 201106121/1/A1), nodig dat er aan het bestuursorgaan toe te rekenen concrete, ondubbelzinnige toezeggingen zijn gedaan door een daartoe bevoegd persoon, waaraan rechtens te honoreren verwachtingen kunnen worden ontleend. Met de brief van 4 april 2012, verzonden op 10 april 2012, waarin het college aan [appellant] heeft medegedeeld dat het in zijn vergadering van 27 maart 2012 heeft besloten om het tuinhuis op het perceel te gedogen en derhalve van handhavend optreden daartegen af te zien, heeft het college bij [appellant] het gerechtvaardigd vertrouwen opgewekt dat van handhavend optreden zou worden afgezien.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3d4312f9c6524b90a1e62a232f92b945343855af5d2ba09d81be7cdc8d02e488. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3d4312f9c6524b90a1e62a232f92b945343855af5d2ba09d81be7cdc8d02e488, en de alinea staat in dat document op bytes 11456 tot 12243.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/3d4312f9c6524b90a1e62a232f92b945343855af5d2ba09d81be7cdc8d02e488 | shasum -a 256