Citaat | Raad van State 4 juni 2014

Alinea 39 Raad van State 4 juni 2014

Een alinea uit Raad van State 4 juni 2014, ECLI:NL:RVS:2014:2009.

Dat in het proces-verbaal van de zitting van de rechtbank is vermeld dat [wederpartij] een paar maanden na de ontvangst van het besluit met Wille Donker contact heeft gehad, betekent niet dat, zoals het college betoogt, de termijn voor het instellen van beroep op de dag na dat contact is aangevangen. In het verweerschrift in hoger beroep is gesteld dat Wille Donker op 5 juli 2012 van het besluit kennis heeft genomen. Die stelling is niet ongeloofwaardig. Dat betekent dat, nu het beroepschrift op 18 juli 2012 bij de rechtbank is binnengekomen, de rechtbank met juistheid heeft vastgesteld dat het beroep tijdig is ingesteld. In het eerste onderdeel van het betoog is derhalve geen grond te vinden voor het oordeel dat de rechtbank heeft miskend dat het beroep niet-ontvankelijk is. Dit onderdeel faalt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0d606d1ad461e1314996c16064d06becc0c77fa928bb2edf228476fe6b6940a3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0d606d1ad461e1314996c16064d06becc0c77fa928bb2edf228476fe6b6940a3, en de alinea staat in dat document op bytes 13805 tot 14625.