Citaat | Raad van State 4 juni 2014

Alinea 33 Raad van State 4 juni 2014

Een alinea uit Raad van State 4 juni 2014, ECLI:NL:RVS:2014:2018.

4.1. Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen (bijvoorbeeld de uitspraak van 20 februari 2013 in zaak nr. 201205578/1/A2) volgt uit artikel 34g van de Wrb en zijn totstandkomingsgeschiedenis (Kamerstukken II, 2003/04, 29 685, nr. 3, blz. 22 e.v.) dat voor het antwoord op de vraag of een verleende toevoeging met terugwerkende kracht moet worden ingetrokken, alleen het resultaat van die zaak, dat wil zeggen de procedure waarvoor de toevoeging is verleend, van belang is. Of een daaraan voorafgegane procedure al dan niet op basis van toevoeging is gevoerd, wordt daar niet bij betrokken. De in geding zijnde toevoeging is uitsluitend verleend voor het hoger beroep inzake de boedelscheiding en niet voor andere procedures. De raad heeft in dit geval dan ook geen onjuiste toepassing gegeven aan artikel 34g, eerste lid, aanhef en onder b, van de Wrb door bij het besluit tot intrekking van de toevoeging alleen het resultaat van de hogerberoepsprocedure bij het gerechtshof te betrekken. De rechtbank heeft met juistheid geoordeeld dat de raad daarom bij de bepaling van de hoogte van het resultaat geen rekening hoefde te houden met door [appellante] gemaakte kosten van adviseurs, advocaten en levensonderhoud in de periode van de procedure in eerste aanleg.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/282cde5951936020d2ff36e530f7867749b90e24a97ecb39f40984ff7bb733e3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 282cde5951936020d2ff36e530f7867749b90e24a97ecb39f40984ff7bb733e3, en de alinea staat in dat document op bytes 9494 tot 10769.