Citaat | Raad van State 4 juni 2014

Alinea 34 Raad van State 4 juni 2014

Een alinea uit Raad van State 4 juni 2014, ECLI:NL:RVS:2014:2018.

4.2. Volgens aantekening 8 bij artikel 34g van de Wrb in het Handboek kan pas van zwaarwegende omstandigheden worden gesproken als een vordering of geldsom oninbaar is, bijvoorbeeld vanwege faillissement of omdat conservatoir derdenbeslag is gelegd op de geldsom dan wel de vordering, waardoor de geldsom niet binnen afzienbare tijd beschikbaar is. In deze aantekening staat verder dat indien de rechtzoekende de opbrengst van de zaak voor een bepaald doel wil bestemmen of al heeft bestemd, er geen sprake is van zwaarwegende omstandigheden. Dit beleid is, zo volgt uit de uitspraak van de Afdeling van 22 december 2010 in zaak nr. 201004791/1/H2, niet onredelijk. Dat [appellante] de procedure over de boedelscheiding in hoger beroep op basis van toevoeging heeft gevoerd en in eerste aanleg niet, vormt geen zwaarwegende omstandigheid in de zin van dit beleid. In hetgeen [appellante] overigens heeft aangevoerd zijn evenmin zwaarwegende omstandigheden gelegen op grond waarvan de raad had moeten afzien van het met terugwerkende kracht intrekken van de verleende toevoeging. De rechtbank is terecht tot dezelfde conclusie gekomen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/282cde5951936020d2ff36e530f7867749b90e24a97ecb39f40984ff7bb733e3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 282cde5951936020d2ff36e530f7867749b90e24a97ecb39f40984ff7bb733e3, en de alinea staat in dat document op bytes 10789 tot 11936.