Citaat | Raad van State 29 januari 2014
Alinea 49 Raad van State 29 januari 2014
Een alinea uit Raad van State 29 januari 2014, ECLI:NL:RVS:2014:205.
6.3. Uit de door de staatssecretaris bij het openbaar ministerie opgevraagde informatie volgt dat [wederpartij] ervan wordt verdacht dat hij in de periode van 1 juni 2010 tot en met 21 november 2011 in vereniging opzettelijk harddrugs heeft verkocht, afgeleverd, verstrekt, dan wel vervoerd of in elk geval aanwezig heeft gehad en dat hij op 30 juni 2011 in vereniging opzettelijk harddrugs aanwezig heeft gehad. De staatssecretaris heeft hieruit mogen opmaken dat de aan [wederpartij] ten laste gelegde strafbare feiten niet op voorhand als lichte vergrijpen kunnen worden aangemerkt. De staatssecretaris heeft daarbij belang mogen hechten aan de omstandigheid dat de strafzaak door een meervoudige kamer wordt behandeld. Dat de strafzaak samenhangt met de strafzaken tegen medeverdachten van wie, naar [wederpartij] stelt, het vermeende aandeel in de ten laste gelegde strafbare feiten groter is dan zijn vermeende aandeel doet daaraan niet af. Daartoe wordt overwogen dat de ten laste gelegde strafbare feiten in vereniging zijn gepleegd, deze strafbare feiten op zichzelf kennelijk behandeling door een meervoudige strafkamer rechtvaardigen en [wederpartij] ervan wordt verdacht een aandeel te hebben gehad in deze strafbare feiten.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/01e70f76fff751ad81b920c4d2e03f33e10cd977437383ca9924a4442d44cbf0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 01e70f76fff751ad81b920c4d2e03f33e10cd977437383ca9924a4442d44cbf0, en de alinea staat in dat document op bytes 18378 tot 19627.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/01e70f76fff751ad81b920c4d2e03f33e10cd977437383ca9924a4442d44cbf0 | shasum -a 256