Citaat | Raad van State 18 juni 2014
Alinea 46 Raad van State 18 juni 2014
Een alinea uit Raad van State 18 juni 2014, ECLI:NL:RVS:2014:2162.
6. Voor zover [appellante] bij brief van 20 november 2013 heeft bedoeld te betogen dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (hierna: het EVRM) is geschonden, en zij in dit verband verzoekt om vergoeding van immateriële schade, overweegt de Afdeling als volgt.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/36f5957780c33557b67871249a57cc9b92a81e330f963201dfbce941fe081db6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 36f5957780c33557b67871249a57cc9b92a81e330f963201dfbce941fe081db6, en de alinea staat in dat document op bytes 22333 tot 22716.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/36f5957780c33557b67871249a57cc9b92a81e330f963201dfbce941fe081db6 | shasum -a 256