Citaat | Raad van State 18 juni 2014
Alinea 56 Raad van State 18 juni 2014
Een alinea uit Raad van State 18 juni 2014, ECLI:NL:RVS:2014:2162.
8.1. Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen (uitspraak van 3 september 2008 in zaak nr. 200707823/1) komen de kosten van een deskundige op de voet van artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) voor vergoeding in aanmerking als het inroepen van die deskundige redelijk was en de deskundigenkosten zelf redelijk zijn. Ter bepaling of het inroepen van een niet-juridisch deskundige, zoals hier aan de orde, redelijk was, kan in het algemeen als maatstaf worden gehanteerd of degene die deze deskundige heeft ingeroepen, gezien de feiten en omstandigheden zoals die bestonden ten tijde van inroeping, ervan mocht uitgaan dat de deskundige een relevante bijdrage zou leveren aan een voor hem gunstige beantwoording door de rechter van een voor de uitkomst van het geschil mogelijk relevante vraag. Naar het oordeel van de Afdeling heeft [appellante] hiervan mogen uitgaan. Daartoe wordt in aanmerking genomen dat de minister, na in de bestuurlijke fase twee rapporten van de schadecommissie te hebben overgelegd, naar aanleiding van de tussenuitspraak een derde rapport van de schadecommissie heeft overgelegd. Naar aanleiding daarvan heeft Van Grieken een contra-expertise opgesteld.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/36f5957780c33557b67871249a57cc9b92a81e330f963201dfbce941fe081db6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 36f5957780c33557b67871249a57cc9b92a81e330f963201dfbce941fe081db6, en de alinea staat in dat document op bytes 26530 tot 27746.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/36f5957780c33557b67871249a57cc9b92a81e330f963201dfbce941fe081db6 | shasum -a 256