Citaat | Raad van State 18 juni 2014

Alinea 57 Raad van State 18 juni 2014

Een alinea uit Raad van State 18 juni 2014, ECLI:NL:RVS:2014:2162.

Uit de door [appellante] overgelegde facturen van 31 maart 2014 met bijgevoegde urenspecificaties volgt dat Van Grieken 80 uur en 23 minuten heeft besteed aan werkzaamheden ten behoeve van de hogerberoepsfase. Gelet op de summiere omschrijving van de verschillende posten acht de Afdeling evenwel 40 uur redelijk. Het uurtarief wordt ingevolge artikel 8:75, eerste lid, van de Awb, gelezen in verbinding met de artikelen 7:15, vierde lid, en artikel 7:28, vijfde lid, van de Awb en artikel 2, eerste lid, aanhef en onder b, van het Besluit proceskosten bestuursrecht forfaitair bepaald overeenkomstig het bepaalde bij en krachtens de Wet tarieven in strafzaken. Ingevolge artikel 6, eerste lid, van het Besluit tarieven in strafzaken 2003 geldt voor werkzaamheden waarvoor geen speciaal tarief is bepaald, naar gelang de werkzaamheden niet of in meer of mindere mate van wetenschappelijk bijzondere aard zijn een tarief van ten hoogste € 116,09 per uur. Gelet hierop komt € 4.643,60 voor vergoeding in aanmerking.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/36f5957780c33557b67871249a57cc9b92a81e330f963201dfbce941fe081db6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 36f5957780c33557b67871249a57cc9b92a81e330f963201dfbce941fe081db6, en de alinea staat in dat document op bytes 27766 tot 28796.