Citaat | Raad van State 18 juni 2014
Alinea 155 Raad van State 18 juni 2014
Een alinea uit Raad van State 18 juni 2014, ECLI:NL:RVS:2014:2181.
9.3. Aangezien met het I-criterium, zoals hiervoor is overwogen, een indirect onderscheid naar nationaliteit wordt gemaakt, dient te worden beoordeeld of voor dat onderscheid een objectieve en redelijke rechtvaardiging bestaat. Maatstaf voor de beoordeling of die rechtvaardiging bestaat, is, anders dan [appellant sub 1] betoogt, de vraag of het maken van onderscheid een legitiem doel dient en proportioneel is in verhouding tot het te bereiken doel, dus een geschikt middel is om het doel te bereiken en dat doel niet met andere, minder ingrijpende middelen kan worden bereikt (vgl. de beslissing van het EHRM van 23 oktober 2012, Ramaer en Van Willigen tegen Nederland, nr. 34880/12; www.echr.co.int.).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bcd8a3c1ab9ff71c6805ccfdcaeef1b32f2fff4137b7fcb3100aa650fc2875e6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bcd8a3c1ab9ff71c6805ccfdcaeef1b32f2fff4137b7fcb3100aa650fc2875e6, en de alinea staat in dat document op bytes 50558 tot 51280.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/bcd8a3c1ab9ff71c6805ccfdcaeef1b32f2fff4137b7fcb3100aa650fc2875e6 | shasum -a 256