Citaat | Raad van State 18 juni 2014
Alinea 58 Raad van State 18 juni 2014
Een alinea uit Raad van State 18 juni 2014, ECLI:NL:RVS:2014:2244.
Voorts heeft de rechtbank terecht overwogen dat gelet op het proces-verbaal van 20 oktober 2011 voldoende vast staat dat [appellant] in staat is dreigende taal te gebruiken richting zijn ex-echtgenote en dat de staatssecretaris onder deze omstandigheden heeft mogen overwegen dat nader onderzoek naar de verklaring van de ex-echtgenote van 7 april 2012 (lees: 14 mei 2012) niet nodig was. In dit kader is ten eerste van belang dat in het proces-verbaal van 20 oktober 2011 staat dat [appellant] in een sms-bericht het volgende heeft geschreven: "als het zo doorgaat gebeuren er ongelukken" en in een telefoongesprek het volgende heeft gezegd: "ik sla je echt je kop eraf en hem ook". Deze opmerkingen kunnen volgens de Afdeling worden aangemerkt als bedreigingen. Ten tweede is in dit kader van belang dat de enkele omstandigheid dat pas op 14 mei 2012 aangifte is gedaan van bedreiging op 7 april 2012, mede gelet op hetgeen in voornoemd proces-verbaal staat, geen twijfel doet ontstaan over de juistheid van de verklaring van 14 mei 2012.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2979e70291ddba2bb47ef732de35c3de2b6f79f44185f1f7689a392d0442aefe. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2979e70291ddba2bb47ef732de35c3de2b6f79f44185f1f7689a392d0442aefe, en de alinea staat in dat document op bytes 15439 tot 16492.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/2979e70291ddba2bb47ef732de35c3de2b6f79f44185f1f7689a392d0442aefe | shasum -a 256