Citaat | Raad van State 23 juni 2014
Alinea 236 Raad van State 23 juni 2014
Een alinea uit Raad van State 23 juni 2014, ECLI:NL:RVS:2014:2260.
Naar mijn opvatting is er daarom geen reden om de publieketaakjurisprudentie fundamenteel af te wijzen. Daarmee is overigens niet gezegd dat ik er een voorstander van ben dat de overheid allerlei (presterende) overheidstaken onderbrengt bij privaatrechtelijke rechtspersonen. Officieel is ook de wetgever hiervan geen voorstander, zoals blijkt uit de parlementaire geschiedenis van de Kaderwet zbo (punt 4.3). Tegelijkertijd kan met Verheij worden vastgesteld dat een dergelijke onderbrenging ‘een onuitroeibaar verschijnsel is’ (punt 3.27). De zaken, waarin deze conclusie wordt uitgebracht, bieden daarvan opnieuw bewijs. Zolang deze realiteit bestaat, blijft er behoefte aan de publieketaakjurisprudentie.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1815b4de818709b72d7a9463b3f4608aeb998b86ed64a490939e00f248fbfa14. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1815b4de818709b72d7a9463b3f4608aeb998b86ed64a490939e00f248fbfa14, en de alinea staat in dat document op bytes 164239 tot 164968.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/1815b4de818709b72d7a9463b3f4608aeb998b86ed64a490939e00f248fbfa14 | shasum -a 256