Citaat | Raad van State 23 juni 2014

Alinea 237 Raad van State 23 juni 2014

Een alinea uit Raad van State 23 juni 2014, ECLI:NL:RVS:2014:2260.

4.6 Ten slotte past een opmerking over de opvatting van Zijlstra dat de relatie tussen de minister en de privaatrechtelijke rechtspersoon door de bestuursrechters zou moeten worden aangemerkt als een vorm van mandaat aan een niet-ondergeschikte (zie punt 3.25). Deze opvatting wordt gedeeld door Verheij (punt 3.27) en heeft inderdaad als voordeel dat deze relatie wordt geconverteerd tot een rechtsfiguur waarvan de juridische status en gevolgen uitgekristalliseerd zijn. Peters en Overkleeft-Verburg hebben over de opvatting van Zijlstra meer twijfel, Peters omdat de mandaatconstructie niet goed past op de feiten van de casus (punt 3.27), Overkleeft-Verburg omdat zij deze in elk geval niet opportuun acht indien binnen de rechtspersoon sprake is van publiek-private samenwerking (punt 3.26). Scheltema en Scheltema menen dat de mandaatconstructie in casu ongeschikt is, omdat "de mandaatgever de bevoegdheid dan ook zelf kan blijven uitoefenen, hetgeen zich niet verhoudt met het op afstand zetten van de taak (de mandaatgever blijft immers verantwoordelijk)". ( zie noot 103 )

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1815b4de818709b72d7a9463b3f4608aeb998b86ed64a490939e00f248fbfa14. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1815b4de818709b72d7a9463b3f4608aeb998b86ed64a490939e00f248fbfa14, en de alinea staat in dat document op bytes 165017 tot 166148.