Citaat | Raad van State 23 juni 2014

Alinea 68 Raad van State 23 juni 2014

Een alinea uit Raad van State 23 juni 2014, ECLI:NL:RVS:2014:2260.

Tot de eerste groep - doorgaans aangeduid als a-organen - behoren de organen van organisaties die hun rechtspersoonlijkheid niet ontlenen aan het privaatrecht, maar aan het publiekrecht. Dat betreft allereerst de openbare lichamen waarover artikel 2:1, eerste lid, BW bepaalt dat zij rechtspersoonlijkheid bezitten: de Staat, de provincies, gemeenten en waterschappen, alsmede de openbare lichamen waaraan krachtens de Grondwet verordenende bevoegdheid is toegekend. Daarnaast gaat het om de rechtspersonen waarvan de rechtspersoonlijkheid uit een bijzonder publiekrechtelijke wet voortvloeit. Een voorbeeld van deze laatste groep is de Nederlandse organisatie voor wetenschappelijk onderzoek, die op grond van artikel 2, tweede lid, van de Wet op NWO rechtspersoonlijkheid bezit en die hierna nog ter sprake komt bij de zaak [appellante]/Platform31 (zie punt 5.5). De organen van rechtspersonen die krachtens publiekrecht zijn ingesteld zijn in beginsel in hun hele handelen onderworpen aan de publiekrechtelijke normering van de Awb. Zij blijven in deze conclusie verder buiten beschouwing.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1815b4de818709b72d7a9463b3f4608aeb998b86ed64a490939e00f248fbfa14. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1815b4de818709b72d7a9463b3f4608aeb998b86ed64a490939e00f248fbfa14, en de alinea staat in dat document op bytes 39765 tot 40871.