Citaat | Raad van State 29 januari 2014

Alinea 25 Raad van State 29 januari 2014

Een alinea uit Raad van State 29 januari 2014, ECLI:NL:RVS:2014:227.

2. [appellant] betoogt dat de rechtbank, door te overwegen dat het college bevoegd was om tegen het gebruik van het pand handhavend op te treden, heeft miskend dat het een dienstwoning is als bedoeld in artikel 1, aanhef en onder r, van de planvoorschriften, nu huisvesting van hem en zijn gezin in het pand noodzakelijk is voor de bedrijfsvoering van zijn op het perceel gevestigde stucadoorsbedrijf. In dit verband voert hij aan dat de wijze waarop de rechtbank de uitspraak van de Afdeling van 25 maart 2009 in zaak nr. 200804920/1 heeft uitgelegd, tot gevolg heeft dat de ingevolge artikel 4, eerste lid, van de planvoorschriften op het perceel toegestane dienstwoning, tot een dode letter wordt. Het begrip noodzaak dient volgens [appellant] aldus te worden uitgelegd, dat een redelijk belang bestaat bij bewoning op het betrokken perceel, hetgeen hij gezien zijn aldaar gevestigde stucadoorsbedrijf betoogt te hebben.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fe96faf2e22a83d2c08fee1c064e246af5f26fcffc4832e488547ad64689d822. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fe96faf2e22a83d2c08fee1c064e246af5f26fcffc4832e488547ad64689d822, en de alinea staat in dat document op bytes 7152 tot 8088.