Citaat | Raad van State 25 juni 2014
Alinea 33 Raad van State 25 juni 2014
Een alinea uit Raad van State 25 juni 2014, ECLI:NL:RVS:2014:2298.
3. [appellante] betoogt voorts dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat er bij de bepaling van de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 van het Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens en de Fundamentele Vrijheden (hierna: het EVRM) van uit moet worden gegaan dat het eerder door [appellante] gedane handhavingsverzoek uit mei 1998 is afgedaan met de uitspraak van de Afdeling van 24 juli 2002 in zaak nrs. 200102923/1 en 200102924/1. Volgens [appellante] had bij de vaststelling van de totale duur van de procedure moeten worden gerekend van het eerste verzoek om handhaving van mei 1998.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/55a4214187a152d3581c4e4754d5b1acec98ff8312412e7dd14f8202fb0ffe99. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 55a4214187a152d3581c4e4754d5b1acec98ff8312412e7dd14f8202fb0ffe99, en de alinea staat in dat document op bytes 12167 tot 12795.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/55a4214187a152d3581c4e4754d5b1acec98ff8312412e7dd14f8202fb0ffe99 | shasum -a 256