Citaat | Raad van State 2 juli 2014

Alinea 32 Raad van State 2 juli 2014

Een alinea uit Raad van State 2 juli 2014, ECLI:NL:RVS:2014:2401.

5. De erven betogen dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat het [appellante], gelet op het voorontwerp van het nieuwe bestemmingsplan, duidelijk kon zijn dat de onder het oude bestemmingsplan bestaande bouwmogelijkheid zou komen te vervallen, zodat zij het risico van de voor haar nadelige planologische wijziging heeft aanvaard en geen grond voor het toekennen van een tegemoetkoming in de gestelde planschade bestaat. Daartoe wijzen zij op de toelichting bij het voorontwerp en op de gevorderde leeftijd van [appellante] ten tijde van de terinzagelegging van het voorontwerp. Voorts voeren zij aan dat het college heeft verzuimd om de omvang van de planschade te taxeren. Verder voeren zij aan dat afwijzing van de aanvraag om een tegemoetkoming in de planschade in strijd met in artikel 1 van het Eerste Protocol behorende bij het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (hierna: het EVRM) is. Ten slotte voeren zij aan dat op oneigenlijke gronden is besloten de onder het oude bestemmingsplan bestaande mogelijkheid om een extra woning op het perceel op te richten te laten vervallen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/269474ed2c71d451e0dd41ea3f8bab8aed6135fee2063c3a653a7e77772917f5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 269474ed2c71d451e0dd41ea3f8bab8aed6135fee2063c3a653a7e77772917f5, en de alinea staat in dat document op bytes 9838 tot 10989.