Citaat | Raad van State 16 juli 2014
Alinea 39 Raad van State 16 juli 2014
Een alinea uit Raad van State 16 juli 2014, ECLI:NL:RVS:2014:2619.
In zoverre [appellante] betoogt dat haar ter zake van de overtredingen geen verwijt valt te maken, zal zij dit aannemelijk moeten maken. [appellante] is daar niet in geslaagd. Daartoe is van belang dat de betreffende buitengewoon opsporingsambtenaar na een eerste constatering van de overtredingen op 2 juni 2010 een gesprek met een medewerker van [appellante] heeft gevoerd, waarin deze hem te kennen heeft gegeven dat er geen onduidelijkheden meer zijn over wat wel en niet is toegestaan. Ondanks het feit dat de Inspecteur van de Voedsel en Waren Autoriteit [appellante] op 6 juli 2010 een waarschuwing heeft gegeven, heeft [appellante] de overtredingen niettemin tot februari 2012 voortgezet. Voor zover [appellante] stelt dat zij onervaren is, omdat Laarhoven nog maar sinds 12 juni 2010 haar directeur is, heeft zij niet onderkend dat de boete niet aan haar directeur, maar aan de onderneming is opgelegd. [appellante] heeft als onderneming de verantwoordelijkheid om zodanige maatregelen te treffen en haar bedrijfsvoering zodanig in te richten, dat gewaarborgd wordt dat aan de uit de Gmw voortvloeiende verplichtingen wordt voldaan.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/696cab9b30b5302a2de319ca2ce81908596e3f1a8ab8fd38308af03f1a8d3574. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 696cab9b30b5302a2de319ca2ce81908596e3f1a8ab8fd38308af03f1a8d3574, en de alinea staat in dat document op bytes 13397 tot 14551.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/696cab9b30b5302a2de319ca2ce81908596e3f1a8ab8fd38308af03f1a8d3574 | shasum -a 256