Citaat | Raad van State 16 juli 2014

Alinea 68 Raad van State 16 juli 2014

Een alinea uit Raad van State 16 juli 2014, ECLI:NL:RVS:2014:2621.

6.3. De documenten, genoemd in rechtsoverweging 8.4 en 9.2 van de aangevallen uitspraak, zijn bijlagen bij e-mails, die afkomstig zijn van dan wel gezonden zijn aan RWE, Nuon, Groningen Seaports en de door hen ingeschakelde adviseurs, en documenten met bijlagen betreffende overleg met de vergunninghouders RWE en Nuon die zijn gedeeld buiten bestuursorganen en de door hen ingeschakelde adviseurs. Het gaat veelal om concepten van ingediende processtukken, zoals pleitnota’s en verweerschriften, en om zogenaamde "Vraag & Antwoord" documenten. De rechtbank heeft ten onrechte overwogen dat die documenten niet kunnen worden geacht te zijn opgesteld ten behoeve van intern beraad als bedoeld in artikel 11, eerste lid, van de Wob. Hierbij is allereerst van belang dat de documenten zijn opgesteld met het oogmerk te dienen ten behoeve van intern beraad nu met de betrokken partijen is afgesproken dat de beraadslaging vertrouwelijk zou blijven. In het kader hiervan heeft de rechtbank, zoals het college en RWE terecht betogen, ten onrechte overwogen dat de documenten evenwel niet kunnen worden geacht te zijn opgesteld ten behoeve van intern beraad indien de externe derden die daaraan hebben deelgenomen een eigen belang behartigen en de wetgever niet uitdrukkelijk voorziet in een medeverantwoordelijkheid van die derden voor de besluitvorming gericht op de bestuurlijke standpuntbepaling. De wet biedt voor dit oordeel geen grond. Bovendien kan uit de uitspraak van de Afdeling van 18 februari 2009 (in zaak nr. 200804345/1) worden afgeleid dat ook indien een persoon of instelling een eigen belang behartigt in een beraad, de ten behoeve van dat beraad door deze persoon of instelling opgestelde documenten kunnen worden aangemerkt als opgesteld ten behoeve van intern beraad. Voor zover partijen hebben verwezen naar de uitspraak van de Afdeling van 8 februari 2006 (in zaak nr. 200505098/1), wordt overwogen dat de situatie in die zaak niet vergelijkbaar is met de thans aan de orde zijnde situatie. In die zaak ging het om een verzoek tot openbaarmaking van concept-versies van een door de besloten vennootschap Enci B.V. bij het college van gedeputeerde staten van Limburg ingediende milieu-effectrapportage, behorende bij door haar aangevraagde vergunningen. Die documenten waren derhalve opgesteld in het kader van vooroverleg over een door een belanghebbende bij het bestuursorgaan in te dienen stuk ten behoeve van een aanvraag om een vergunning. De documenten, genoemd in rechtsoverweging 8.4 en 9.2 van de aangevallen uitspraak, zien niet op de totstandkoming en indiening van een dergelijk stuk, maar betreffen de uitwisseling van informatie met een bestuursorgaan teneinde dat in staat te stellen een standpunt in te nemen betreffende een bestuurlijke aangelegenheid, te weten de verdediging van de vergunningverleningen in rechte.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c52eefc4a2e68b43dcfce50d8585215cadd7b757f598403f3d1eb07adf440776. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c52eefc4a2e68b43dcfce50d8585215cadd7b757f598403f3d1eb07adf440776, en de alinea staat in dat document op bytes 29290 tot 32158.