Citaat | Raad van State 16 juli 2014

Alinea 33 Raad van State 16 juli 2014

Een alinea uit Raad van State 16 juli 2014, ECLI:NL:RVS:2014:2672.

4.1. Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen in de uitspraak van 9 januari 2013 in zaak nr. 201203715/1/A3 is een rechtshandeling publiekrechtelijk indien het bestuursorgaan de bevoegdheid daartoe ontleent aan een bij of krachtens de wet geschapen grondslag. De voorzieningenrechter heeft terecht vastgesteld dat [appellant sub 1] en [appellant sub 2] hun werkzaamheden als tolk op basis van privaatrechtelijke overeenkomsten van opdracht verrichtten. Hij heeft met juistheid overwogen dat de beslissingen van de korpschef om hen te verwijderen uit het tolkenbestand van de politie geen publiekrechtelijke rechtshandelingen zijn, maar dat deze gericht zijn op gebruik van privaatrechtelijke bevoegdheden. Dat zij als gevolg van de verwijdering uit het tolkenbestand in de praktijk niet meer als tolk door de politie zullen worden ingezet brengt niet mee dat zij in enig door het bestuursrecht gewaarborgd recht zijn aangetast. Hierbij wordt in aanmerking genomen dat de verwijdering uit het tolkenbestand geen invloed heeft op de inschrijving van [appellant sub 1] en [appellant sub 2] in het door de minister beheerde register als bedoeld in artikel 2 van de Wbtv. Weliswaar kan een bevoegdheid die haar basis vindt in het burgerlijk recht als publiekrechtelijk worden beschouwd indien de bevoegdheid wordt gehanteerd in het kader van een aan het bestuursorgaan opgedragen publieke taak, maar het waarborgen van de kwaliteit en integriteit van tolken is een publieke taak die aan de minister is opgedragen in de Wbtv. Het ingeschreven staan in een van de bij en krachtens de Wbtv gehouden registers is een noodzakelijke voorwaarde om als tolk voor de overheid op te treden. Binnen het bestand van geregistreerde tolken is het echter aan de betrokken bestuursorganen om te beslissen welke tolken door hen worden ingeschakeld. In die keuze laat de Wbtv hen vrij. Het selecteren en inhuren van tolken door de korpschef geschiedt op privaatrechtelijke grondslag. De voorzieningenrechter heeft derhalve terecht overwogen dat de brieven van de korpschef van 22 juli 2013 geen besluiten zijn in de zin van artikel 1:3, eerste lid, van de Awb en dat de korpschef dan ook terecht de bezwaren niet-ontvankelijk heeft verklaard.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7aca56fc39de0e63359c4d1ad1cd25760cb753e5f1cc9290672597a23d0c6ce8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7aca56fc39de0e63359c4d1ad1cd25760cb753e5f1cc9290672597a23d0c6ce8, en de alinea staat in dat document op bytes 10320 tot 12552.