Citaat | Raad van State 16 juli 2014

Alinea 36 Raad van State 16 juli 2014

Een alinea uit Raad van State 16 juli 2014, ECLI:NL:RVS:2014:2683.

4. [appellant] betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat de staatssecretaris zich in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat zijn persoonlijke belang minder zwaar weegt dan het maatschappelijk belang. Daartoe wijst hij er op dat de staatssecretaris bij zijn beoordeling een zwaar gewicht heeft toegekend aan de nog openstaande strafzaak betreffende de exploitatie van een hennepkwekerij en diefstal van stroom. In deze zaak is echter ruim twee jaar geleden de voorlopige hechtenis opgeheven wegens het ontbreken van ernstige bezwaren jegens hem en heeft sindsdien geen verdere vervolging plaatsgevonden. Inmiddels kan derhalve wel worden gesproken van een ruim tijdsverloop tussen de gestelde pleegdata van deze strafbare feiten en het bij de rechtbank bestreden besluit. Bovendien is de hennepkwekerij aangetroffen in een loods die hij in eigendom had, maar op dat moment werd verhuurd aan een derde. [appellant] klaagt dat de rechtbank ten onrechte aan deze omstandigheden voorbij is gegaan. Voorts voert [appellant] aan dat de strafbare feiten die buiten de terugkijktermijn zijn aangetroffen zijn afgedaan met lage boetes, een vrijspraak of een sepot en het dus geen ernstige antecedenten betreffen en ook met betrekking tot deze feiten een ruim tijdsverloop bestaat.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/46dbb4e951d2beefc49227906643128f03cc346d23d45011799a2ebd14164c14. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 46dbb4e951d2beefc49227906643128f03cc346d23d45011799a2ebd14164c14, en de alinea staat in dat document op bytes 14871 tot 16187.