Citaat | Raad van State 16 juli 2014
Alinea 37 Raad van State 16 juli 2014
Een alinea uit Raad van State 16 juli 2014, ECLI:NL:RVS:2014:2683.
4.1. De staatssecretaris heeft zich op het standpunt gesteld dat tussen het laatste relevante justitiële gegeven en de datum van beoordeling een te korte periode is verstreken om het tijdsverloop in het voordeel van [appellant] te achten. Daarbij heeft de staatssecretaris van belang geacht dat uit informatie van het Openbaar Ministerie volgt dat de nog openstaande zaak geen lichte vergrijpen betreft en [appellant] in het verleden reeds verscheidene keren in aanraking is gekomen met justitie. Aan haar oordeel dat de staatssecretaris zich in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat het belang van [appellant] minder zwaar weegt dan het maatschappelijk belang heeft de rechtbank met name ten grondslag gelegd de hoeveelheid antecedenten van [appellant] en het feit dat de nog openstaande zaak strafbare feiten betreft die zich in de periode van november 2011 tot en met 11 januari 2012 hebben voorgedaan.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/46dbb4e951d2beefc49227906643128f03cc346d23d45011799a2ebd14164c14. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 46dbb4e951d2beefc49227906643128f03cc346d23d45011799a2ebd14164c14, en de alinea staat in dat document op bytes 16207 tot 17143.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/46dbb4e951d2beefc49227906643128f03cc346d23d45011799a2ebd14164c14 | shasum -a 256